-
Van griffier naar wethouder
Het is de afgelopen weken wel heel erg snel gegaan. Ik heb nu aan den lijve mogen ervaren wat het is om benaderd te worden voor het wethouderschap en direct na het vragen van een korte bedenktijd meegezogen te worden in een kolkende stroomversnelling. Maar ik heb er geen spijt van en heb er veel zin in.
Wethouder worden in mijn eigen stadje Roosendaal betekent dat wonen en leven en werken nu samenkomen. Ik heb altijd ver buiten Roosendaal gewerkt en ervaringen opgedaan. Thuis leef en leefde ik met mijn gezin en was een gewone Roosendaler. Dat zal wel wat anders gaan worden. Heb ik Roosendaal wat te bieden? Ik denk van wel maar dat zal moeten blijken.
Na 26 jaar managementervaring in allerlei overheidsorganisaties werd ik griffier van Breda. Een beetje gekke stap. Waarom zoveel ervaring opgeven voor het onbekende bestaan van griffier? Louter nieuwsgierigheid was mijn reden. Ik wilde wel eens in de keuken van de politiek kijken en dat heb ik geweten. In het begin wist ik niet wat mij overkwam. Ik was niet van het resultaat maar van het proces. Dat is even wennen. Verder kreeg ik te maken met mensen die ambitie en passie hebben voor de stad. Daar komt dus veel emotie bij kijken en dat kan ook heftig zijn.
Kortom: de afgelopen twee jaar waren heel bijzonder en vooral leerzaam. Zonder deze twee jaar had ik deze stap wellicht nooit durven zetten. Ik dank dan ook iedereen in Breda voor de fijne samenwerking; een samenwerking die zich zal voortzetten in West-brabant.
-
Er is een coalitie: wat nu?
In veel gemeenten zijn inmiddels de coalitieonderhandelingen afgerond. Breda was één van de eerste grote steden. Uit de onderhandelingen wordt een coalitie gevormd en dat is een boeiend proces. Nu ben ik van nature altijd erg nieuwsgierig en wil ik ermee pronken dat ik moeilijke boeken en artikelen lees. Ik ging dus op zoek naar wetenschappelijk onderzoek op het terrein van coalitieonderhandelingen en –vorming. En tot mijn grote vreugde was hiernaar onderzoek gedaan. Ik zal u dan ook in het kort hierover informeren.
De Utrechtse etholoog Ronald Noë is recent gepromoveerd op het onderwerp coalitievorming. Hij heeft onderzocht de veronderstelling dat als je een ander helpt, die ander dan geneigd is om jou ‘terug’ te helpen, want alleen dan zul je hem bij een volgende gelegenheid opnieuw van dienst zijn. Het afbreken van – toekomstige – samenwerking is de straf die erop staat als je je niet aan de regels houdt. Dat is in de praktijk niet altijd het geval. Noë: ‘Het is de vraag of het risico dat de ander de samenwerking afbreekt daadwerkelijk een groot probleem oplevert. Als men meer keuzes heeft dan kun je ze tegen elkaar uitspelen.’
Hoe geweldig herkenbaar is dit. Maar leuker is dat Noë promoveerde op coalitievorming bij wilde bavianen in Kenia. De minder sterke mannetjes spanden samen om vrouwtjes af te pakken van de dominante mannetjes. Dat lukte soms, maar wat bleek: de beloning werd niet gedeeld, het was geen fifty-fifty afspraak. De ene partner kreeg meer toegang tot de vrouwtjes dan de andere. Dat was een belangrijke observatie. Het klopt namelijk niet met het idee van wederkerig altruïsme. Want waarom zou degene die minder krijgt dan blijven meedoen? Het antwoord is: het is beter dan niks, want als hij teveel zou eisen, zou de sterkste van de twee een andere partner nemen. Er is sprake van een biologisch marktmechanisme.
Een ander mooi voorbeeld is de ’babymarkt’ bij bavianen. Het kenmerk van een markt is: het aanbod bepaalt de vraagprijs. Bavianenvrouwtjes zijn gefascineerd door baby’s, als er een baby is geboren bij een van de soortgenoten, willen ze die heel graag vasthouden. De moeder van de baby is in een machtspositie, ze kan een dienst verlangen. Die dienst is het vlooien van de moeder. Als het inderdaad een marktmodel is, betekent dat als er meer baby’s in de groep zijn, de prijs omlaag gaat. De prijs is tijd dat er gevlooid moet worden voordat je de baby krijgt. En dat blijkt precies te kloppen. Als er weinig baby’s in de groep zijn, moet er lang gevlooid worden, als er veel baby’s zijn, gaat de vlooitijd – de prijs – omlaag.
Ik wilde u hiermee toch graag kennis van laten nemen bij al uw observaties met betrekking tot de komende raadsperiode. Mocht u tot de coalitie behoren dan is het vlooien van belang. Bij de oppositie wordt het een kwestie van iets afpakken; niet de vrouwtjes wel te verstaan.
-
Een begrafenisrede als inspiratiebron
Ik hoor u al denken: er is niet alleen een nieuwe raad in Breda maar ook een splinternieuw college. Hoera dus voor de stad en wat vreemd dat de griffier wordt geïnspireerd door een begrafenisrede. Dat vraagt om nadere toelichting.
In 431 v C houdt de Atheense staatsman Pericles een lofrede aan het graf van de slachtoffers van het eerste jaar van de Peloponnesische oorlog, de strijd tussen Sparta en Athene. In magistrale bewoordingen schildert hij de unieke betekenis van Athene: een stad waard om voor te sterven. In feite houdt hij een fantastische peptalk voor een stad die ernstig heeft geleden en zich in een ernstige crisis bevindt. Pericles roemt Athene als bakermat van democratie en vrije meningsuiting. Een stad die in zijn ogen een ideaal van menselijkheid met waardering voor sociale verbondenheid koestert; de stad als de voedster van kunst en cultuur. Een stad die haar burgers een gevoel van trots en zelfbewustzijn geeft .
Ik heb nog enkele uitspraken van Pericles op een rijtje gezet. En laten we niet vergeten dat deze woorden bijna tweeënhalf duizend jaar geleden zijn uitgesproken:
“In Athene is de macht in handen van het hele volk, niet van maar een kleine groep. Iedereen is voor de wet gelijk. Wij zijn niet wantrouwend jegens elkaar en beschuldigen onze buurman niet als hij verkiest zijn eigen gang te gaan.”
“Maar deze vrijheid maakt ons niet wetteloos. Ons wordt geleerd de wet te respecteren, en niet te vergeten om de onderdrukten te beschermen. Wij zijn vrij om te leven zoals wij willen.”
“Onze liefde voor wat schoon is leidt niet tot overdaad; onze liefde voor de dingen van de geest maakt ons niet week. Wij beschouwen rijkdom als een middel en niet als iets om over op te scheppen”.
“De toekomst zal zich over ons verbazen, net zoals het heden zich over ons verbaast.”
Wat een prachtige woorden uit een zeer ver verleden en hoe inspirerend zijn ze nog op de dag van vandaag. Het zijn woorden die ook de komende jaren in Breda zullen doorklinken in de daden van raad en college.
Bron: Pericles' Begrafenisrede in De Peleponnesische Oorlogen
-
Is de Bredase burger boos?
Als we de media mogen geloven dan zijn de burgers boos. De burger is boos en pikt het niet langer. Je zult maar een nieuw verkozen raadslid zijn. Als je het dualisme mag geloven dan wordt je als nieuwbakken raadslid met je introductieprogramma in de hand de straat opgestuurd om met die boze burger wat te gaan doen. Wat dan, zult u zich afvragen? Praten, dingen beloven, bevragen, vechten?
In Breda komen 19 nieuw verkozen burgers in de raad. Dat is bijna de helft van de raad. Met een gemiddelde leeftijd van 41 jaar zorgen deze nieuwkomers voor een opmerkelijke verjonging. Het aantal vrouwen stijgt van 11 naar 15. Nog niet de helft maar we zijn goed op weg. Dit zijn geen boze burgers maar blije burgers. Het zijn burgers van Breda die door hun stads- en dorpsgenoten zijn verkozen om hun belangen te vertegenwoordigen.
Moeten zij bang zijn om die zogenaamde boze burger tegemoet te treden? Tijdens de verkiezingen hebben de toen nog kandidaat-raadsleden ervaren dat het contact met burgers helemaal niet zo negatief is. Ook gekleed in een partijjasje of een –sjaal waren mensen in het algemeen vriendelijk. Als ik terugkijk op de vele bezoeken van de raad aan wijken en dorpen dan was de sfeer altijd goed. Soms scherp en heel kritisch maar altijd vriendelijk.
Toch is er landelijk in de afgelopen jaren sprake van een groeiend negativisme. Hadden we in 2002 bij het invoeren van het dualisme nog te maken met de onverschillige burger dan is dit gegroeid van de ontevreden burger naar de inmiddels boze burger. Waar gaat dit naar toe? Wie heeft er belang bij dergelijke beelden?
We zien met name sommige landelijke politici een beeld neerzetten van negativisme, ontevredenheid en boosheid. Het spelen op de persoon en putten uit de boosheid van de burger lijkt stemmen op te leveren. Andere politici zijn niet bij machte om tegenspel te bieden en laten zich meeslepen. Negativisme en boosheid bepalen de hedendaagse landelijke politiek.
Hoe gaat dit in Breda? In zijn algemeenheid gaat het er in de lokale politiek wat genuanceerder aan toe. Onze raadsleden hoeven niet bang te zijn om op de burger af te stappen. Ik heb al eens eerder gezegd dat de democratie in het Oude Griekenland is ontstaan en wel op de lokale marktpleinen. En in die paar duizend jaar is er nog weinig veranderd. Het hart van onze democratie ligt nog altijd bij de lokale volksvertegenwoordiging. Laten we ons daarom maar niet teveel zorgen maken maar blijf wel alert. Niet terugzakken in zelfgenoegzaamheid maar voortgaan met de blik op de burger richten en vernieuwen daar waar kansen ontstaan. Laat de burger zijn of haar boosheid maar op 9 juni doorklinken.
-
Lost het handboek papegaaien wat op?
Nederland telt 9.465 gemeenteraadsleden (excl. deelgemeenten Rotterdam en stadsdeelraden Amsterdam). Rond de verkiezingen merk ik dat dit voor een aantal bedrijven een commercieel aantrekkelijke groep is. Ik had dat nog niet zo scherp in de gaten totdat ik werd overspoeld met allerlei aanbiedingen voor debattrainingen, cursussen, introductieprogramma’s, handboeken, losbladige uitgaven, workshops, feesten en partijen. Zelfs een survivaltocht met de gemeenteraad behoort tot de mogelijkheden.
Natuurlijk moet er aandacht zijn voor de ontwikkeling van vooral nieuwe raadsleden. Introductieprogramma’s en opleidingen zijn noodzakelijk om raadsleden zo snel mogelijk hun werk te laten doen. Maar een klein tegengeluid is wel op zijn plaats vind ik.
Als vanuit wet- en regelgeving wordt gekeken naar een gemeenteraad dan is het allemaal één pot nat. Overal wordt vergaderd, moties ingediend, gestemd, geluisterd naar burgers, enz. In alle gemeenteraden worden dezelfde begrippen gehanteerd en lijken reglementen van orde sterk op elkaar. Met een handboek papegaaien is alles geregeld. Wat ik hiermee bedoel te zeggen is dat het denken over het werk van een raadslid sterk wordt gedomineerd door regels, structuren, procedures. Dit is op zich niet zo vreemd. Naast de voordelen van de invoering van het dualisme in 2002 was er ook een nadeel. Er moest heel veel worden geregeld en georganiseerd. Het accent lag sterk op het maken van reglementen van orde, oplossen van staatsrechtelijke vraagstukken e.d. In deze fase lag het accent heel sterk op de gemeenschappelijkheid en niet op de verschillen. Dit is in alle cursussen en handboeken papapegaaien nog steeds het geval.
Gelukkig zie ik iets anders ontstaan. De wet- en regelgeving biedt heel veel ruimte aan gemeenteraden om een geheel eigen stijl van werken te ontwikkelen. Er ontstaan steeds meer verschillen tussen gemeenteraden. De structuur staat niet meer centraal maar de cultuur. Niet elke gemeente is hetzelfde qua samenleving en problematiek. Dus zal ook de werkwijze van een gemeenteraad niet hetzelfde zijn. En wat is het toch heerlijk dat dit mogelijk is. Ik voorzie dan ook dat de komende decennia de lokale verschillen in werkwijze van gemeenteraden steeds groter worden. En daar is niets mis mee. Alleen zullen de antwoorden op vragen steeds minder te vinden zijn in het handboek papegaaien maar zal gevonden moeten worden door met elkaar daarover te praten en gebruik te maken van de voelsprieten in de samenleving. Geen blauwdrukken meer maar maatwerk; niet praten over structuur maar over cultuur.
-
Nostalgie is goed, maar vernieuwing beter!
In mijn eerste weken als griffier ben ik geïnterviewd door BNDeStem. Bij het interview stond een mooie foto van mijzelf op de fiets omdat ik mijn kennismakingsbezoeken in de stad bij voorkeur met de fiets aflegde. Al gauw ontstond de bijnaam de “fietsende griffier”. Nu heb ik maar één auto en een aantal dochters met een rijbewijs waardoor ik veroordeeld ben tot de fiets maar dat hoefde niemand te weten. Bovenstaande foto is dan ook des te vreemder. Is de griffier aan het werken aan een nieuw imago? Wordt hij zo arrogant dat hij op deze wijze in de picture wil komen? Niets is minder waar. De foto komt voort uit een aardig grapje. Maar toen ik de foto nog eens bekeek ontstond een ietwat nostalgisch gevoel. Vroeger liepen de heren met een hoge hoed en lieten de welgestelde ondernemers maar ook bestuurders zich rondrijden in een Rolls Royce. Vooral in Engeland was dit het geval. Heeft het werken voor de gemeenteraad iets nostalgisch? De maatschappij heeft zich waanzinnig snel ontwikkeld terwijl er staatsrechtelijk gezien weinig vernieuwingen hebben voorgedaan. De invoering van het dualisme mag niet bepaald een krachtige staatsrechtelijke innovatie genoemd worden. Luidt mijn conclusie dat gemeenteraden uit de tijd zijn? Dat het meer nostalgie is dan wat anders? Zeer zeker niet! Maar het betekent wel dat wij in dit land voor vernieuwingen in het lokale bestuur en volksvertegenwoordiging niet veel hoop moeten hebben in de wetgeving. En dat is maar goed ook. Dit betekent wel dat de opgaven voor bijvoorbeeld de overbrugging van de kloof tussen burger en politiek vooral lokaal moeten worden opgepakt. En dat is goed. Ik voorzie de komende jaren dan ook steeds grotere verschillen tussen gemeenten en regio’s. Er zal maatwerk ontstaan, successen en mislukkingen elkaar afwisselen en men zal vooral van elkaar leren. En net zoals de democratie ook lokaal is ontstaan zal de basis voor verdere vernieuwing ook lokaal liggen. Mocht u zich afvragen op wat voor vernieuwing ik dan doel dan kan ik dat nu niet uitgebreid beantwoorden maar het zit uiteraard in problemen als regionale samenwerking versus democratische legitimatie, eens in de vier jaar mag de burger kiezen maar hoe betrekken we de burger in de tussenperiode, mag de nationale politiek de lokale verkiezingen nog wel zo sterk domineren, enz. Kortom: ontwikkelpunten genoeg. Nostalgie is leuk maar voor even. Ik kies niet voor de Rolls Royce maar weer voor de fiets. Maar dan wel één met veel versnellingen.
-
West-brabant is top!
Deze week verscheen het rapport over de enquête over raadsleden uit West-brabant en Tholen. De raadsleden werd een aantal vragen voorgelegd over hoe zij denken over de samenwerking tussen de gemeenten. Vooral doen zegt een overgrote meerderheid. Maar let goed op de positie van de gekozen volksvertegenwoordiging is de dringende waarschuwing.
We moeten met elkaar samenwerken om de positie van deze regio te versterken. Een ideale ligging tussen de Randstad en Vlaanderen biedt grote kansen. Wat weinigen weten is dat dit niet iets nieuws is.
In de 13e eeuw nam de vraag naar de brandstof turf enorm toe, vooral door de groei van de Vlaamse steden en het steeds schaarser wordende brandhout. De grote bloei was in de Middeleeuwen. West-Brabant was hiermee één van de eerste gebieden in Noordwest Europa waar op grote schaal en met een bedrijfsmatige aanpak turf werd gewonnen. De ervaring en expertise die hiermee werd opgebouwd werd in latere ontginningsgebieden in binnen- en buitenland dankbaar gebruikt. Ook in de Hollandse laagveengebieden kreeg men geleidelijk, met dank aan de Brabantse know how, de grootschalige turfwinning onder de knie. West-Brabant was de wereldtop in het turfsteken en de turfhandel.
Aan de handel naar Vlaamse en later ook Hollandse steden werd veel geld verdiend, wat grotendeels in Brabantse steden werd uitgegeven. Turf wordt niet voor niets de ‘aardolie van de Gouden Eeuw’ genoemd. Plaatsen die volop profiteerden van de overslag van turf waren Roosendaal, Bergen op Zoom, Steenbergen, Zevenbergen, Oudenbosch, Leur, Breda en Terheijden. Veel markante historische panden werden ooit bekostigd met het turfgeld.
Met name abdijen brachten voor het eerst enige maatschappelijke ordening en economische structuur in de regio. Zo stichtten ze veel kerken en parochies. Zij zorgden voor orde, structuur en samenwerking.
Dus anno 2010 is West-Brabant weer op weg naar de top. Het is eerder gebeurd en het kan weer. Niet meer onder aanvoering van monniken maar nu onder aanvoering van bestuurders en raadsleden. Eigenlijk is het weer een kwestie van mouwen opstropen en de spade in de grond steken. Nu niet meer letterlijk maar zeker figuurlijk. En niet meer ieder voor zich maar met z’n allen want daarmee werd West-Brabant in de middeleeuwen wereldtop.
-
Onder professoren
Als griffier maak je nog eens wat mee in deze wereld. De wereld van het dualisme bestaat nog maar vanaf 2002 en dus is er nog veel in ontwikkeling zou je zeggen. Eigenlijk is dat onzin want de politieke werkelijkheid bestaat al eeuwen en eeuwen. Een wetswijziging in 2002 is slechts een onbeduidend stipje in de geschiedenis.
Wat wel leuk is dat je als griffier mee mag praten. Voor 2002 kon dit niet omdat er geen griffier bestond; kan je ook niet meepraten. Ik heb al eens eerder gemeld dat ik in een klein discussiegroepje terechtkwam rond prof. Elzinga, een beroemd staatsrechtgeleerde. Dualisme moet de groeiende kloof tussen politiek en burger overbruggen was toen de stelling. Ik vond dit flauwekul. Er is geen groeiende kloof tussen burger en politiek. Er is nog steeds in alle media heel veel aandacht voor de politiek. Fortuyn en Wilders hebben daar hun steentje aan bijgedragen. Dat dit niet iedereen welgevallig is, is iets anders. Als je door de burger volledig wordt genegeerd en doodgezwegen; dat is erg. En dat is nog lang niet het geval. Ook als de burger ontevreden en chagrijnig is dan besta je nog steeds.
Nu weer een andere discussie waaraan ik mag deelnemen. Wat denkt u van de volgende uitnodiging: “Op woensdag 3 februari 2010 van 15.00 tot 17.30 uur organiseert de Vereniging van Griffiers een expertmeeting, waarop vijf wetenschappers zich buigen over onze vraag of er een hoogleraarschap voor de beroepsgroep griffiers moet komen. En zo ja, met welke leeropdracht. De hoogleraren Bestuurskunde Jouke de Vries (Den Haag) en Bas Denters (Twente), Harrie Aardema, bijzonder hoogleraar Publiek Management (Maastricht), bestuurskundige/politicoloog Marcel Boogers (Tilburg) en Gerard Schouw (directeur Nicis) gaan hierover met elkaar in gesprek.” En ik mag ook meedoen.
Ik viel van mijn stoel. Zijn er in dit land werkelijk mensen die denken dat er een professor in de griffiekunde moet komen? Ik deel nu al mede wat mijn standpunt zal zijn en dat is: Wat een onzin!!! Een griffier is een ambtenaar; een dienaar en niet meer dan dat. Het moet gaan om diegene die wordt gediend en dat is de lokale volksvertegenwoordiging. Het wordt tijd dat de wetenschap eens echt onderzoek gaat doen naar de lokale democratie. Wat is er tot nu toe wel onderzocht? Een paar voorbeelden: relatie griffier en gemeentesecretaris, vergadermodellen, evaluatie dualisme, tijdbesteding raadsleden, indeling raadzalen (!!!), enz. En waar moet het echt om gaan? Dat is de positie van de lokale democratie in hoe dit land wordt bestuurd. Vrijheid en democratie zijn lokaal ontstaan en bevochten en wel op een marktplein in het oude Griekenland. Ga dat maar eens onderzoeken.
-
Wie weet wat communicatie is?
In mijn functie als griffier liep ik ook hier tegen de communicatie aan. Soms lijkt het wel eens of het hele leven alleen maar uit communicatie bestaat. Communicatie is altijd een prolbeem terwijl volgens mij niemand meer echt begrijpt wat het betekent. Is het een doel, een middel, een activiteit?
Waarom mijn behoefte om er even wat over te zeggen? Vandaag wordt de eerste weekmail verstuurd. Nu zullen velen zich afvragen wat nu weer een weekmail is. Welnu de weekmail is vergelijkbaar met de dagmail. Sinds begin vorig jaar krijgen raadsleden elke dag om 16.00 uur vanuit de griffie een mail. Elke dag maar één mail waarin al het belangrijke van die dag wordt opgenomen. En het blijkt getuige de reacties een groot succes te zijn. Is het een actie vanuit een zeer doordachte communicatiestrategie? Nee helaas. Ik moet toegeven dat de verleiding groot was om dit wel zo in te steken maar ik moet eerlijk zijn. Nee het was het resultaat van je simpelweg verplaatsen in diegene met wie je communiceert dat wil zeggen spreekt, mailt e.d.
Nu de weekmail. Communiceert de gemeenteraad eigenlijk wel met de buitenwereld? Verplaatst de gemeenteraad zich voldoende in die ander? Waarom niet elke week de burger en organisaties in de stad (lees: stakeholders) een bericht sturen waarin je als gemeenteraad vertelt wat je gedaan hebt en wat je nog gaat doen. Dat gaan we nu dus elke week doen. Burgers en organisaties kunnen zich aanmelden voor de weekmail. Onderdeel van een doordachte communicatiestrategie? Nee, ook weer jammer. Gewoon een kwestie van doen. Maar wel goed nadenken over wie die ander is met je wil communiceren. Verplaats je in die ander maar hou er wel rekening mee dat die ander wel eens terug kan reageren.
Weet ik nu wat communicatie is? Nee, maar we weten wel hoe we het moeten doen. Gewoon doen.